Dacht je dat alle RSI-programma’s die je continu herinneren aan de theepauze van je computer te hebben gegooid, krijg je dít (na het kijken van drie afleveringen series via tvshack.net, een website die toch wel een erg zware wissel trekt op je productiviteit…)
Vrijdag was het dan zover: de (voor mij) derde editie van ons huisfeest. Na Henny Huisfeest (morgen precies twee jaar geleden) en Hemels Huisfeest was ik nu als huisoudste aan de beurt om met een club huisgenoten (waarvan de helft nieuw is sinds vorig huisfeest) de vorige party te overtreffen.
Al snel werd het thema vastgesteld op ‘begaaid huisfeest’. Een exacte definitie van dat woord ontbrak, maar het was wel weer duidelijk dat het een bezopen bende zou worden. Nou is het bedenken van een decor bij zo’n vaag thema natuurlijk moeilijk, dus naast dat we shirtjes lieten drukken met ‘I love begaaien’ erop (tip: niet dragen in Limburg!) besloten we ‘iets vets’ te zoeken, en dat werd een ballenbak. Via Marktplaats huurden we 10.000 ballenbakballen; omdat glasscherven op de vloer dan niet zo handig is kwam er ook nog een tap bij en daarmee werd het meteen het duurste huisfeest in de Boschdijkse geschiedenis.
Ik moet zeggen, je achtertuin vol hebben liggen met ballenbakballen is bijzonder. Het is een van die dingen waarvan je weet dat je ze na je studententijd eigenlijk nooit meer kunt doen en die je je later herinnert als ‘de studententijd’. Liggend tussen de ballen voelde ik me toch even een kind bij de McDonalds. Dames en heren, als ik vijftig wordt doe ik het nog eens!
Het feest zelf was ook erg gezellig. Nee, ik heb deze keer geen wijn zitten uitdelen en ik had ook geen koppijn. Wel is er door ongeveer 45 man in totaal een slordige 230 liter bier weggetikt… Wonder boven wonder hebben we het grootste deel van de borg voor de ballen ook nog teruggekregen (tip: die kunnen gewoon in de vaatwasser!). De ravage is intussen weer opgeruimd en de bierlucht is langzaam aan het wegtrekken. Dat de rust moge wederkeren in Huize Begaai…
We kennen intussen dat gekke bandje uit Duitsland dat van populaire nummers countryversies maakt: de Baseballs. Nou dacht een PhD van het MIT, in deze tijd van verregaande automatisering, dat dat best door een computer gedaan zou kunnen worden. Het resultaat is de ‘Swinger’, een klein programmaatje waarmee je ieder nummer kunt transformeren tot een swingnummer! Zie de voorbeeldjes hieronder en op deze pagina. Zelfs Lady GaGa doet het best aardig in de swing. Het geniaalst is toch wel de versie van “Can’t Touch This”.
Op deze pagina kun je zelfs je eigen nummers uploaden, die dan direct worden omgezet…
Tel honderd dagen op bij de datum van vandaag en het is… 1 september 2010. De dag waarop ik begin in Milaan! De aanmelding is intussen binnen en de kamer is gereserveerd. Een klein voorproefje van de campus hieronder!
Twee weken geleden, toen ik bij mijn ouders was en dus weer eens de gelegenheid had een krant te lezen, viel mijn oog op onderstaand schemaatje, dat de NRC had geplaatst onder een grote kop “Innovatieplatform is mislukking”. Het Innovatieplatform, dames en heren, is een clubje dat wordt voorgezeten door Balkenende himself en dat als doel heeft Nederland op een hoger plan te krijgen wat innovatie betreft. Het toeval wil dat mijn mentor toevallig ook werkt voor het consultancy-bureau dat het onderzoek had uitgevoerd. De verantwoordelijke collega stond gisteren in de collegezaal om het verhaal erachter te vertellen.
Het had een verhaal kunnen worden over hoe het onderzoek was gedaan, maar het ging eigenlijk maar over één ding: de kracht van getallen. Onderstaand figuur kwam uit een presentatie met nog vijftig andere slides, waarin het schema werd genuanceerd. Dat kan politici niet zoveel schelen. Als de nummers een positief beeld geven van de prestaties van de politicus, dan wordt de methode waarmee deze cijfers tot stand zijn gekomen onder tafel geschoven. Zijn de cijfers niet in lijn met wat de politicus wil, dan verdwijnt zo’n rapport in een la.
Wie goed kan liegen met cijfers, komt dus een heel eind in Den Haag. Los van de vraag of je wel alles kunt meten is het statistisch gezien ook nog best lastig om aan te tonen dat een bepaalde verandering in bijvoorbeeld de economie écht het gevolg is van een beleidswijziging, of dat het gewoon toeval is. Een minister die nú maatregelen neemt om de economie vlot te trekken, kan over tien jaar zeggen dat het heeft gewerkt (immers, de economie kan niet echt veel slechter worden; gebeurt dat toch, dan worden het ‘buitengewone omstandigheden’ genoemd; een slimme politicus moet dus net als een beurshandelaar gokken op de beweging van de maatschappij).
Cijfers kunnen zich ook tegen je keren. Wat door het Innovatieplatform was bedoeld als een verhelderend overzicht werd door de NRC gebruikt om aan te tonen dat ze juist niets hebben kunnen doen aan de spaghetti van geldstromen. Het is allemaal presentatie, en dat is een boodschap die ik vaker predik. Niet voor niets kost het opmaken van dergelijke fancy rapporten meer geld dan het onderzoek (maar dan heb je ook wat). Ik doe het zelf ook, want als iets er netjes en simpel uitziet, wordt het geloofd. Schemaatjes, grafieken (ja, ook PowerPoint-slides) zijn enorme credibility-boosters en ik kan waarschijnlijk nog wel een paar pagina’s volschrijven over waaróm dat zo is (kort samengevat: mensen zijn dommer dan we denken).
Met dit in het achterhoofd ben ik benieuwd met wat voor cijfermateriaal en statistisch ‘onderbouwde’ argumenten onze politici de komende periode voor de verkiezingen elkaar te lijf gaan. Moge de beste winnen.
Al vier jaar lang volg ik op (bijna) iedere doordeweekse dag college. ‘Vroeger’ was dat met een man of honderd in een zaaltje, tegenwoordig in de master zitten we soms met z’n zevenen tegenover de professor in een kamer waar ook de pingpongtafel van de eerste verdieping staat. Tijdens zo’n college blijkt keer op keer weer: het gros van het onderwijzend personeel is verslaafd aan PowerPoint.
Nou is er niets mis mee om je presentatie te begeleiden met PowerPoint. Sterker nog, ik doe het zelf ook altijd (hoewel ik tegenwoordig natuurlijk wel met Keynote presenteer).Desondanks heeft het ook zeker negatieve effecten; als dagelijks presentatiekijker valt me bijvoorbeeld wel eens op dat ik veel vaker naar de slides blijf staren dat dat ik naar de presentator kijk en me realiseer wat deze zegt. Ook valt me op dat PowerPoint vaak de basis voor de structuur van een presentatie is, maar dat die structuur ondanks alle slides soms ver te zoeken is. Dat probleem wordt alleen maar erger doordat er docenten zijn die niet de vooraf bepaalde volgorde van hun slides aanhouden, maar er zo doorheen springen dat de slidenummers een goede basis zouden vormen voor de nummers van een loterijtrekking.
Slides zijn een visuele toevoeging aan je verhaal; ik ben zelf best visueel ingesteld, dus schemaatjes helpen vaak heel veel. Helaas zijn het juist die schemaatjes die moeilijk te maken zijn in PowerPoint. Menig docent komt niet verder dan bullets met tekst. En omdat continu doorklikken tijdens je presentatie om bullet-punten te laten verschijnen gewoon vervelend is, is de hele spanning uit je verhaal gehaald omdat iedereen al weet wat je gaat zeggen. Er vindt een soort inflatie plaats: als de slide het in kernachtige punten samenvat, waarom moet ik dan nog luisteren?
Soms denk ik wel eens dat het gebruik van PowerPoint bij een presentatie meer geboren is uit een soort onzekerheid is dan omdat het een echte toevoeging aan het verhaal is. Alsof slides je verhaal ook maar iets geloofwaardiger maken. Het lult natuurlijk ook wel lekker weg: laatste puntje op de slide gehad, door naar de volgende. Maar wát je zegt wordt minder een lopend verhaal. PowerPoint-slides zijn daarnaast geen vervanging voor het good-old schoolbord, waar meester zijn zelfbedachte schema niet alleen uitlegt, maar ook optekent terwijl je kijkt. Niemand maakt meer aantekeningen als de slides na afloop op internet komen en tegenwoordig wordt er zelfs geklaagd als docenten het uitdrukkelijk niet doen.
De volgende vraag is natuurlijk hoe het dan beter zou kunnen. Ten eerste denk ik dat PowerPoint zélf een stuk beter kan: leg de focus op het gebruik van slides als toevoeging aan je presentatie, niet als hulpmiddel voor structuur. Dat laatste is voor de presentator, niet voor de hele zaal. Het zou wel handig zijn als de presentator op zíjn scherm bijvoorbeeld wél door z’n lijstjes met bullets kan klikken (PowerPoint en Keynote kunnen zoiets overigens, maar niemand weet hoe dat werkt schijnbaar). En dan de inhoud: één ding per slide en liefst zo min mogelijk tekst. Alle tekst is ofwel een kernwoord (om aan te duiden waar het verhaal naartoe gaat) of onderdeel van een schema. Wie Steve Jobs de iPhone heeft zien aankondigen, weet dat dat heel overtuigend kan zijn. Minder focus op de slides, meer op jezelf.