Politici en cijfers
Thursday 20 May 2010Twee weken geleden, toen ik bij mijn ouders was en dus weer eens de gelegenheid had een krant te lezen, viel mijn oog op onderstaand schemaatje, dat de NRC had geplaatst onder een grote kop “Innovatieplatform is mislukking”. Het Innovatieplatform, dames en heren, is een clubje dat wordt voorgezeten door Balkenende himself en dat als doel heeft Nederland op een hoger plan te krijgen wat innovatie betreft. Het toeval wil dat mijn mentor toevallig ook werkt voor het consultancy-bureau dat het onderzoek had uitgevoerd. De verantwoordelijke collega stond gisteren in de collegezaal om het verhaal erachter te vertellen.
Het had een verhaal kunnen worden over hoe het onderzoek was gedaan, maar het ging eigenlijk maar over één ding: de kracht van getallen. Onderstaand figuur kwam uit een presentatie met nog vijftig andere slides, waarin het schema werd genuanceerd. Dat kan politici niet zoveel schelen. Als de nummers een positief beeld geven van de prestaties van de politicus, dan wordt de methode waarmee deze cijfers tot stand zijn gekomen onder tafel geschoven. Zijn de cijfers niet in lijn met wat de politicus wil, dan verdwijnt zo’n rapport in een la.
Wie goed kan liegen met cijfers, komt dus een heel eind in Den Haag. Los van de vraag of je wel alles kunt meten is het statistisch gezien ook nog best lastig om aan te tonen dat een bepaalde verandering in bijvoorbeeld de economie écht het gevolg is van een beleidswijziging, of dat het gewoon toeval is. Een minister die nú maatregelen neemt om de economie vlot te trekken, kan over tien jaar zeggen dat het heeft gewerkt (immers, de economie kan niet echt veel slechter worden; gebeurt dat toch, dan worden het ‘buitengewone omstandigheden’ genoemd; een slimme politicus moet dus net als een beurshandelaar gokken op de beweging van de maatschappij).
Cijfers kunnen zich ook tegen je keren. Wat door het Innovatieplatform was bedoeld als een verhelderend overzicht werd door de NRC gebruikt om aan te tonen dat ze juist niets hebben kunnen doen aan de spaghetti van geldstromen. Het is allemaal presentatie, en dat is een boodschap die ik vaker predik. Niet voor niets kost het opmaken van dergelijke fancy rapporten meer geld dan het onderzoek (maar dan heb je ook wat). Ik doe het zelf ook, want als iets er netjes en simpel uitziet, wordt het geloofd. Schemaatjes, grafieken (ja, ook PowerPoint-slides) zijn enorme credibility-boosters en ik kan waarschijnlijk nog wel een paar pagina’s volschrijven over waaróm dat zo is (kort samengevat: mensen zijn dommer dan we denken).
Met dit in het achterhoofd ben ik benieuwd met wat voor cijfermateriaal en statistisch ‘onderbouwde’ argumenten onze politici de komende periode voor de verkiezingen elkaar te lijf gaan. Moge de beste winnen.










