Vandaag een blog in telegramstijl, want het is druk druk en dat in de vakantie! Afgelopen week twee keer op en neer gereden met spullen uit Eindhoven; m’n kamer daar is nu bijna helemaal leeg en mijn kamer in Rosmalen staat nu stampvol met dozen met spullen. Al mijn kleren zijn door m’n moeder maar weer eens helemaal goed gewassen. Deze vakantie is een logistiek en inpaktechnisch wonder, met twee locaties waar mijn spullen kunnen liggen en drie verschillende tassen die ingepakt moeten worden (Friesland, zomervakantie en Milaan).
Verder hard aan het wielrennen geslagen: meegezogen in het enthousiasme van mijn vader, moeder en broertje heb ik zondag ook maar eens een kleine 56 kilometer meegereden. Natuurlijk heeft de rest weer gloednieuw materiaal en moet ik het maar doen met het oude barrel van (zo lijkt het) massief staal maar ach, het ging best aardig. Gisteren nog een trainingsrondje gedaan van 30 kilometer.
Al dat gefiets valt overigens in het niets (dat rijmt) bij de plannen van Robin en Sander, die dit weekend van Zeeland naar Sneek willen fietsen: een kleine 200 kilometer. De twee avonturiers zijn op dit moment namelijk even aan het oefenen met zeilen. Ik ga er zometeen even naartoe rijden om een dagje mee te doen. Dan zijn de drie kapiteins in ieder geval in topvorm voor komende week, want dan gaan we met z’n zevenen de Friese meren onveilig maken. Dankzij mijn nieuwe waterdichte cameraatje zullen daar ook letterlijk spetterende beelden van verschijnen, hier op deze site.
Omdat ik de Eindhovense Boschdijk dit najaar tijdelijk ga verruilen voor een kamer in het ongetwijfeld zeer pittoreske Milaan, ben ik maar eens begonnen om al m’n spullen in te pakken. Immers, ondanks dat ik iemand heb weten te vinden die mijn kamer in Eindhoven gedurende die periode wil onderhuren, kan ik alleen mijn meubels laten staan. Na drie jaar ‘op kamers’ heb ik een aardige verzameling artefacten opgebouwd: wat dacht je van die handige broodrooster uit oma’s kerstpakket, die ventilator van m’n ouders die zo hard gaat dat je ‘m nooit gebruikt en die leuke lampen die ik al sinds ik hier woon had kunnen ophangen.
Toch wel een beetje bijzonder dat deze kamer, die er op dit moment weer een beetje uitziet als het witte hok dat het was toen ik erin trok, zo snel je ‘thuis’ kan worden. Als je op jezelf woont staat alles na drie jaar op de perfecte plek, heb je voor ieder frutseltje wel ergens een la of bakje en is iedere muur ‘gecustomized’ met foto’s en posters. Middenin deze situatie van optimale efficiëntie moet alles weer op de schop. Toch heeft het ook wel wat: ik kijk er nu al naar uit om, als ik terug kom, alle dozen weer uit te pakken en alles nóg beter en in sommige gevallen helemaal anders terug te zetten. Ook is het wel lekker om eindelijk eens al die troep weg te gooien die je toch nooit gebruikt. Net als bijna iedereen heb ik af en toe last van een soort ‘weggooi-angst’, zelfs als het gaat om compleet nutteloze dingen zoals wuppies en gogo’s (die ik nu uiteraard mooi aan mijn huisgenoten doneer).
Een van de meer filosofische gedachten die me te binnen schoot terwijl ik al die rommel op een stapel gooide was dat we mensen misschien van tevoren eens bewust moeten maken van de weggooi-angst vóór ze dingen kopen of aannemen. Ik bedoel, al dat plastic van GoGo’s of het papier van tijdschriften, allemaal niet erg milieuvriendelijk. Daarnaast maken spullen natuurlijk niet gelukkig; sterker nog, op dit moment zijn ze meer een last. Met alleen mijn laptop en een stapel kleren kan ik het wel een paar maanden redden daar in Milaan, dus wat doet al die andere meuk hier eigenlijk? Ten slotte vroeg ik me nog af waarom het in deze tijd zo lastig is om gewoon alles digitaal te maken: dat had me twee dozen (!) studieboeken, drie mappen met bonnetjes en ander administratief papier en een stapel van een halve meter aan tijdschriften gescheeld.
Ik ben er eigenlijk dus wel blij mee, eindelijk een keer de grote opruiming. Eigenlijk zou ik ieder jaar moeten verhuizen.
Wie dezer dagen nog een vaste telefoonlijn heeft (en denk er maar eens over na, eigenlijk is dat helemaal niet meer nodig nu iedereen een mobieltje heeft) kent het fenomeen: telemarketeers. Op de meest onhandige momenten belt men om je te interesseren voor een nieuwe energieleverancier of een of ander abonnement. Door de vele belletjes die mensen ontvangen zijn de meesten tegenwoordig wel getrained om een telemarketing-gesprek te herkennen en ofwel de hoorn er direct op te gooien, ofwel zoveel mogelijk tijd van de telemarketeer op te maken, in de hoop dat als iedereen dat maar doet, het telemarketen economisch gezien niet meer aantrekkelijk wordt.
Dat laatste is precies wat de Britse telefoonmaatschappij Andrews & Arnold nu aan het doen is, maar dan op iets grotere schaal. De telefoonmaatschappij registreerde ruim 4 miljoen Engelse telefoonnummers (en ook allemaal in het do-not-call register van Engeland) en koppelde deze aan dezelfde voicemail, waarop een bandje wordt afgedraaid dat de beller ruim twee minuten aan de lijn zou moeten houden. Resultaat: telemarketingbedrijven zijn ineens de hele dag met hetzelfde bandje aan het bellen! Daarnaast wordt er daarmee een gigantische verzameling bewijs verzameld, immers het bellen naar nummers die in de ‘do-not-call’-lijst staan is illegaal.
Wat een madness gisteren op de markt van Eindhoven na de overwinning op Uruguay. Gemaakt met mijn nieuwe HD-camera gadget trouwens… meer daarover uiteraard later.